© Yannick Perrin

Sinds 2005 werken Cecilia Bengolea en François Chaignaud nauw samen aan verschillende creaties, iets wat ze sindsdien blijven onderhouden.

Samen creëerden ze Pâquerette (2005-2008), Sylphides (2009), Castor & Pollux (2010), Danses Libres (naar de vergeten choreografieën van François Malkovsky, 2010), (M)IMOSA (is samenwerking met Trajal Harrell en Marlene Monteiro Freitas, 2011), altered natives’ Say Yes To Another Excess – TWERK (2012), Dub Love (2013) en DFS (2016).

Voor hun voorstelling Pâquerette (2005-2008) mochten ze in 2009 de Prix de la critique de Paris in onvangst nemen, en later in 2014 volgde voor Sylphides (2009) the Young Artist Prize op de Gwangju Biennial. Samen maakten ze zowel dansperformances voor hun eigen dansgezelschap als voor het Ballet de Lyon (2013), the Ballet de Lorraine (2014) and Pina Bausch Tanztheater Wuppertal (2015).

Cecilia Bengolea 
Cecilia Bengolea (°Buenos Aires, BR) dompelt zich, naast haar opleiding filosofie en kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Buenos Aires, onder in de urban dance. In 2001 verhuist ze naar Parijs voor de training EX.E.R.C.E. bij Mathilde Monnier.

In haar praktijk focust Cecilia vooral op de antropologische aspecten en de urban dance, en dat vanuit de relatie tot de natuur(elementen) en de uitbeelding ervan. Bengolea benadert dansperformance als een bewegende sculptuur; dans als een parcours dat de mogelijkheid biedt om gelijktijdig object en subject te worden. 


Cecilia Bengolea en François Chaignaud zijn beiden geassocieerd met Bonlieu Scène nationale Annecy.

vlovajobpru.com/


 

 

 

François Chaignaud
François Chaignaud (°Rennes, FR) en begint al op zesjarige leeftijd met dansen. In 2003 studeert hij af aan het Conservatoire National Supérieur de Danse in Parijs, om vervolgens vrij snel allerlei samenwerkingen aan te vatten met choreografen zoals Boris Charmatz, Emmanuelle Huynh, Alain Buffard en Gilles Jobin.

Chaignaud creëert voorstellingen waar dans en zang elkaar tegenkomen. In dat spanningsveld laat hij de verschillende mogelijkheden van het menselijk lichaam tot zijn recht komen, telkens met zeer uiteenlopende inspiratiebronnen als vertrekpunt - van erotische literatuur (Aussi Bien Que Ton Cœur Ouvre Moi Les Genoux, 2008) tot sacrale kunst (Dumy Moyi, 2013).

Als historicus publiceert hij in 2009 een boek over het vroege feminisme in Frankrijk (L'Affaire Berger-Levrault - les féminismes à l'epreuve). Dit geeft hem de aanzet en motivatie om samenwerkingen op poten te zetten met diverse artiesten zoals de legendarische drag queen Rumi Missabu des Cockettes, met de cabaretier Jérôme Marin (Sous l’ombrelle, 2011), met de artiest Marie Caroline Hominal (Duchesses, 2009) en met couturiers Romain Brau (Думи мої, 2013) en Charlie Le Mindu. Verder ook met beeldend kunstenaar Théo Mercier (Radio Vinci Park, 2016) en fotograaf Donatien Veismann.