© Yannick Perrin

In 2005 komt er een artistieke dialoog op gang tussen Cecilia Bengolea en François Chaignaud, die ze sindsdien onderhouden. Tijdens deze samenwerking bouwen ze aan een oeuvre dat ze wereldwijd presenteren.

Samen creëerden ze Pâquerette (2005-2008), Sylphides (2009), Castor en Pollux (2010), Danses Libres (naar de vergeten choreografieën van François Malkovsky, 2010), (M)IMOSA (is samenwerking met Trajal Harrell en Marlene Monteiro Freitas, 2011), altered natives’ Say Yes To Another Excess – TWERK (2012), Dub Love (2013) en DFS (2016).

Met Sylphides, een performance over het lichaam in evolutie, winnen ze in 2009 de Prix de la critique de Paris. In 2014 nemen ze de prijs voor jong talent in ontvangst voor hun gezamenlijk oeuvre op de Biennale van Gwangju. Momenteel werken ze aan een tentoonstellingsproject omtrent vroege en hedendaagse dans, met een video- en performanceprogramma in Dia Art Centre Beacon en Chelsea voor de periode 2017-2018.

Cecilia Bengolea 
Cecilia Bengolea (Buenos Aires) dompelt zich, naast haar opleiding filosofie en kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Buenos Aires, onder in de urban dance. In 2001 verhuist ze naar Parijs voor de training EX.E.R.C.E. bij Mathilde Monnier.

Bengolea benadert dansperformance als een bewegende sculptuur; dans als een parcours dat de mogelijkheid biedt om gelijktijdig object en subject te worden. Ze werkt regelmatig samen met artiesten zoals Dominique Gonzalez-Foerster, Monika Gintersdorfer, Knut Klassen, maar ook met dancehall-artiesten zoals Damion BG Dancerz en Joan Mendy. In 2016 krijgt ze de opdracht van het ICA in Londen om de eerste editie van Art Night op zich te nemen. Ze stelde bij Convent Garden Market een video-installatie tentoon en realiseerde een participatieve dancehallperformance in samenwerking met ballerina Erika Miyauchi en dancehallartiest Damion BG Dancerz.


Cecilia Bengolea et François Chaignaud zijn beiden geassocieerd met Bonlieu Scène nationale Annecy.

vlovajobpru.com/

François Chaignaud
François Chaignaud ziet het levenslicht in Rennes en begint al op 6-jarige leeftijd met dansen. In 2003 studeert hij af aan het Conservatoire National Supérieur de Danse in Parijs, om vervolgens vrij snel allerlei samenwerkingen aan te vatten met choreografen zoals Boris Charmatz, Emmanuelle Huynh, Alain Buffard en Gilles Jobin.

Chaignaud creëert voorstellingen waar dans en zang elkaar tegenkomen. In dat spanningsveld laat hij de verschillende mogelijkheden van het menselijk lichaam tot zijn recht komen, telkens met zeer uiteenlopende inspiratiebronnen als vertrekpunt - van erotische literatuur (Aussi Bien Que Ton Cœur Ouvre Moi Les Genoux, 2008) tot sacrale kunst (Dumy Moyi, 2013).

Als historicus publiceert hij in 2009 een boek over het vroege feminisme in Frankrijk (L'Affaire Berger-Levrault - les féminismes à l'epreuve). Dit geeft hem de aanzet en motivatie om samenwerkingen op poten te zetten met diverse artiesten zoals de legendarische drag queen Rumi Missabu des Cockettes, met de cabaretier Jérôme Marin (Sous l’ombrelle, 2011), met de artiest Marie Caroline Hominal (Duchesses, 2009) en met couturiers Romain Brau (Думи мої, 2013) en Charlie Le Mindu. Verder ook met beeldend kunstenaar Théo Mercier (Radio Vinci Park, 2016) en fotograaf Donatien Veismann.