© Erwan Fichou

Het werk van Théo Mercier, beeldend kunstenaar, scenograaf en regisseur, laat zich het best omschrijven als een kunstvorm op de snijlijn van antropologie, etnografie, geopolitiek en toerisme.

In zijn discours van gechoreografeerde performances, parallel aan een diepgaand onderzoek naar diverse materialen, profileert Théo Mercier zich zowel als schepper als verzamelaar, waarbij hij een dialoog aangaat met verleden, heden en toekomst, het artisanale en het industriële, het reële en het imaginaire.

Antropomorfe objecten - zowel gevonden, verzameld, in collage of bij elkaar gegrabbeld - krijgen bestaansrecht. Mercier heeft de neiging in series te werken, wat hem in staat stelt gemeenschappen te vormen met zijn objecten, ruw gegroepeerd als jong of oud materiaal, mannelijk of vrouwelijk. En in de kern daarvan verzint en onthult hij een sociale hiërarchie.

Théo Mercier herziet de geschiedenis van de mens en wat die allemaal heeft gecreëert. Hij brengt zijn toeschouwer voortdurend in verwarring door zichzelf - al dan niet volledig - weg te cijferen als artiest bij het creëren van zijn werk (een spel dat zich ook afspeelt in de performance Radio Vinci Park).



Steven Michel

Als kind was Steven Michel (Frankrijk, 1986) geprikkeld door mime en circus om zich vervolgens als tiener toe te leggen op dans en percussie. In 2006 settelde hij in Brussel om er een opleiding aan de hedendaagse dansschool P.A.R.T.S. te starten.  

Hij werkte eerder al samen met choreografen en regisseurs zoals David Zambrano, Anouk Van Dijk en Falk Richter, Lukas Dhont, Daniel Linehan en Maud Le Pladec, alsook met beeldende kunstenaars zoals Théo Mercier en Sarah&Charles. Sinds 2012 werkt hij samen met de Belgische choreograaf Jan Martens (Sweat Baby Sweat, The Dog Days are Over) en in 2016 maakte hij een solo, They Might Be Giants, waarin de relatie tussen het artificiële, het natuurlijke, wat leeft en wat niet leeft, en het monumentale in vraag wordt gesteld.

Steven Michel wil zich niet beperken tot een enkele discipline of een enkele tool. Hij wil verschillende rollen ervaren, spelen met methodieken en experimenteren met diverse objecten om zo de grenzen te doen vervagen tussen de veelheid aan vormen van expressie. De grenzen tussen fictie en non-fictie, harmonie en chaos, het zien en het horen, het analoge en het digitale worden bijvoorbeeld afgetast.